De kandidaten

De eerste kandidaten van de Partij voor de Republiek voor de Tweede Kamerverkiezingen van 17 maart a.s. hebben zich aangemeld bij het partijbestuur. De komende dagen stellen zij zich hier aan u voor. Bij het komende eerste ledencongres van de Partij van de Republiek op zaterdag 23 januari  zal uit de diverse kandidaten de lijst worden samengesteld. De Partij voor de Republiek kent geen leiders, iedereen is gelijk en elke stem is evenveel waard.

Wilt u zich ook namens de PvdR kandideren voor een Kamerzetel? Dat kan: stuur een introductie van uzelf en uw motivering aan het bestuur van de PvdR, info@republiek.eu en wij nemen zo snel mogelijk contact met u op.

 

Ed Heesbeen: ‘Tijd om Nederland eigentijdser te maken’

Ed Heesbeen

Na zijn full time journalistieke loopbaan werd Ed Heesbeen politiek actief bij de PvdA. Hij werd al snel secretaris van zijn plaatselijke afdeling en was vijf jaar lid van de schaduwfractie. Met de Partij voor de Republiek ontdekte hij de partij naar zijn hart. Ed: ‘Een partij om Nederland eens wat eigentijdser te maken met de overgang naar een republiek. Daar ga ik mij voor inzetten’.

Na de middelbare school zwierf Ed in eerste instantie langs een trits part time jobs om uiteindelijk in ‘de automatisering’ te belanden bij een dochtermaatschappij van de Nederlandse Spoorwegen. Daarna werd hij journalist met als specialisatie automatisering in Amsterdam, daarna volgden als standplaats Den Haag, Den Bosch, opnieuw Amsterdam en Rotterdam. Daarna werd hij correspondent België en Europese Unie voor de Gazet van Antwerpen. Ed: ‘Na mijn grote liefde Amsterdam werd Antwerpen mij in de loop der jaren eveneens zeer dierbaar. Een laatste overstap bracht mij in het noorden van het land, alwaar ik nu nog woon, in het buitengebied van Staphorst aan de rand van het mooie stadje Meppel. En zoals het een zwervend koppel betaamt bevalt het mijn vrouw en mij hier ook prima. Tot we waarschijnlijk toch weer vertrekken, we zochten vorig jaar naarstig naar een mooi plekje in Portugal, sterker nog, dat hadden we gevonden, maar corona hield ons tegen. Hoe gaat het dan met het contact met de kinderen?

Hij vervolgt: ‘De Partij voor de Republiek hoopt op termijn, samen met andere republikeinse partijen, uit te komen bij een Europese Partij voor de Republiek. Ik vind dat een nobel streven, ik ben in Brussel een overtuigd Europeaan geworden. Maar die Europese droom kan niet anders dan nog ver weg zijn. Werken aan een Nederlandse republiek kan veel sneller. Tijd dus om daarmee te beginnen!’

 

Jaap Luiting: ‘Door het koningshuis voel ik me niet vertegenwoordigd’

Jaap Luiting

Jaap Luiting werkte als scheepstimmerman vele jaren in de traditionele houten scheepsbouw en molenbouw. Nu heeft hij een eigen zaak aan de Scheveningse haven en schrijft hij over scheepsbouw in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Jaap: ‘ Deze Republiek werd eind zestiende eeuw gegrondvest en was haar tijd vooruit. In de zeventiende eeuw werd de Republiek uitgedaagd de meest uiteenlopende bedreigingen het hoofd te bieden. Als klein land wezen wij buitenlandse overheersing en het absolutisme af en gingen wij onze eigen gang. Nu staan wij weer op een punt dat we beslissingen moeten nemen in een tijd van snelle en turbulente veranderingen. De enige bestuursvorm die daarbij past is naar mijn mening een republiek’ .

‘Zelf zou ik me graag vertegenwoordigd voelen door degenen die het bestuur van dit land op zich nemen. Door het koningshuis voel ik me niet vertegenwoordigd en in bestuurlijke zin is het een anachronisme en overbodig. Graag zet ik me in voor de totstandkoming van een hernieuwde Republiek der Nederlanden, een bestuursvorm die de mogelijkheid biedt de huidige en toekomstige uitdagingen adequaat tegemoet te kunnen treden.’

 

Siebren Klein: ‘We moeten naar een verenigd democratisch Europa’

Siebren Klein

Siebren Klein werkte als verpleegkundige in verschillende ziekenhuizen. Na zijn pensionering was hij nog enige jaren vrachtwagenchauffeur. Als vakbondsman namens de FNV zat hij bij verschillende ondernemingen in de ondernemingsraad. Siebren: ‘Ik heb geen politieke aspiraties maar kan me goed vinden in de uitgangspunten en doelstellingen van de Partij voor de Republiek en stel me beschikbaar als kandidaat-lijstduwer. Als overtuigd Republikein en Europeaan voel ik mij door de  huidige links-, rechts-, christelijke- en one issue-partijen niet vertegenwoordigd. Het ontbreekt aan visie, men is bezig zijn achterban te plezieren, Kamerzetels veilig te stellen, op elkaar te reageren en de waan van de dag. Een idee waar het naar toe moet met Nederland binnen Europa ontbreekt veelal.

‘Ik denk aan een land zonder koningshuis, met alle daarvan afgeleide bestuursstructuren, maar met een echte democratie met gekozen, en verantwoording afleggende, vertegenwoordigers in alle bestuursfuncties. Daarnaast een streven naar een verenigd democratisch Europa. De Partij voor de Republiek omarmt dit staatsmodel, daarom ben ik lid geworden’.

 

 

Bruno Braakhuis: ‘ Nederland verdient beter dan deze losgezongen monarchie’

 

Bruno Braakhuis

In de persoon van Bruno Braakhuis heeft de Partij voor de Republiek een kandidaat met ervaring in het politieke handwerk in de Tweede Kamer gevonden. Bruno was parlementariër namens GroenLinks en fungeerde als woordvoerder van de fractie  op het gebied financiën en economische zaken. waar hij eerder in het bedrijfsleven al een indrukwekkende staat van dienst had opgebouwd.

Bruno studeerde industrieel ontwerp en specialiseerde zich in de ontwikkeling van verpakkingen, maar raakte daarna betrokken in de eerste hausse van de internet-ontwikkeling. Hij stond continu in de frontlinie van nieuwe ontwikkelingen en innovaties en had een strategische marketingrol bij Randstad. Toen de Nederlandse energiemarkt geprivatiseerd werd, kreeg hij een ​​vergelijkbare positie bij energiegigant Nuon, Vervolgens legde hij zich toe op het groeiende belang van duurzaamheid voor moderne merken. Hij ontwikkelde een methode die gebaseerd was op ethiek als onderdeel van duurzame ontwikkeling. Die kon hij met succes implementeren bij Van Lanschot Bankiers. Dit leidde tot zijn Kamerlidmaatschap voor GroenLinks, waar hij zich behalve met financiën en economische zaken ook bezighield met innovatie en media. Tevens was hij lid van de enquêtecommissie financieel stelsel. Als Kamerlid pleitte hij voor striktere regels voor de bankensector en voor maatregelen tegen belastingontwijking door bedrijven.

Na zijn Kamerlidmaatschap maakte Bruno een switch naar de Partij voor de Dieren, maar nu heeft hij zich vol overtuiging aangesloten bij de Partij voor de Republiek. Bruno: ‘Mensen zijn bij geboorte niet allemaal gelijk, maar het is mijn overtuiging dat ze dat wel zouden moeten zijn. Dat ze gelijke kansen hebben om volwaardig deel te nemen aan de samenleving, ongeacht waar hun wieg heeft gestaan. Deze drijfveer maakt me sceptisch over religie en afwijzend tegenover adel en koningschap‘ .

‘Juist de Nederlandse egalitaire cultuur, de cultuur van gelijkheid en burgermacht, is de bron van de Nederlandse natie en staat. Als republiek zijn we ontstaan, uit verzet tegen een koning, om ons te ontdoen van gecentraliseerde macht en dan ook nog in één persoon. En we zijn als republiek volwassen geworden. Dat we het over ons hebben laten afroepen door buitenlandse grootmachten om een monarchie te worden, na jaren van Franse overheersing en de totstandkoming van een eenheidsstaat, is een faux pas in een tijdsgewricht geweest waarin we ontwend waren om zelf regie te voeren. Dat dient hersteld te worden‘ .

‘De grondwet maakt voor niemand een uitzondering, behalve voor één familie. Dit heeft deze familie in staat gesteld zich veel kapitaal te verwerven en zich te onttrekken aan wat er leeft bij de bevolking. De hoeveelheid trusts van de Oranjes om aan fiscale wetgeving te ontsnappen, het verkopen van cultureel erfgoed, de vakantie in coronatijd: aan bewijzen van deze losgezongenheid geen gebrek. Nederland verdient beter. Laten we daarvoor gaan zorgen‘ .

 

Manuel Kneepkens: ‘Wij moeten op beschaafde wijze afscheid nemen van de Oranjes’

Manuel Kneepkens

Met Manuel Kneepkens heeft de Partij voor de Republiek een ervaren politicus in huis.  Tot 2006 was hij gemeenteraadslid in Rotterdam namens de Stadspartij, die hij samen met Willem Kruk, Jim Postma en Hans van Heel  had opgericht. Vanaf 2002, met de komst van Leefbaar Rotterdam, kwamen er voor hem roerige jaren, mede doordat Kneepkens zich sterk keerde tegen Pim Fortuyn. Kneepkens was aanvankelijk voorzitter van het district Rotterdam van Leefbaar Nederland (LN), maar stapte uit de partij toen LN Fortuyn tot lijstaanvoerder koos. In plaats daarvan hielp hij een nieuwe landelijke partij op te richten, Duurzaam Nederland. Van 1992 tot 1994 was hij partijvoorzitter van De Groenen.

Manuel is daarnaast bekend als dichter, publicist en jurist-criminoloog.  Hij was 23 jaar docent strafrecht en criminologie aan de Erasmusuniversiteit in Rotterdam. Hij was voorzitter van de Coornhert-Liga, de vereniging tot hervorming van het strafrecht,  als ook  mede-organisator van het Tribunaal voor de Vrede over de kruisrakettenkwestie in 1985.

In zijn twaalf jaren als raadslid trachtte Kneepkens in Rotterdam ‘enige poëzie in de gemeenteraad te brengen’. Soms deed hij dat door een motie in dichtvorm voor te lezen. Kneepkens was als stadspoliticus ook de geestelijke vader van een stroom fantasierijke voorstellen. De twee bekendste ideeën van de dichter-criminoloog die brede politieke steun verwierven zijn de markering van de Brandgrens Rotterdam en het Marten Toonder-monument.

In 2006 eerde de stad Rotterdam Kneepkens voor zijn verdiensten met de Wolfert van Borselenpenning. Op 28 oktober 2012, de verjaardag van Erasmus, onderscheidde het comité Erasmus, Icoon van Rotterdam hem met de Lof-der-Zotheidsspeld.

Als lid van de PvdR staat Manuel een sierlijke breuk met de monarchie voor: ‘Wij moeten afscheid nemen van de Oranjes, op de wijze waarop Gandhi afscheid nam van de Engelsen. Het moet, daar helpt geen moedertje lief aan, maar we doen het wel op beschaafde wijze. Als “vrienden”. Geen vechtscheiding! Tenslotte hebben wij en de Oranjes een lange geschiedenis met elkaar. En de huidige koning is niet zo vreselijk als Bea. Dat maakt het afscheid voor het Volk een stuk lastiger. De afschaffing van het stukje ondemocratie dat het koningshuis is, is een bijvangst. Het gaat er ons om de stagnatie van het democatiseringsproces in Europa te overwinnen’ .

Gerard van der Zwan: ‘Een monarchie hoort niet bij een democratisch land’

Gerard van der Zwan

Econoom Gerard van der Zwan werkte gedurende 35 jaar op het ministerie van  Buitenlandse Zaken, waar hij in de loop van de tijd zeven verschillende  functies vervulde, met name op het gebied van  Ontwikkelingssamenwerking en het Europese beleid. Zijn interesses gaan uit naar de buitenlandse betrekkingen van Nederland en de  internationale context waarin het buitenlands beleid van Nederland zich  manifesteert. Eén aspect daarvan is de positie van  Nederland met de monarchie.

Gerard: ‘Een monarchie hoort niet bij een land dat een democratisch land  zegt te willen zijn. Veel van de leden van de partijen, die in de  Tweede Kamer vertegenwoordigd zijn, vinden ook dat de monarchie niet meer bij deze tijd past. Ze durven het echter niet hardop te  zeggen. De PvdR durft dit wel. In een democratisch land horen alle publieke functie in principe open te staan voor alle bewoners. Dat geldt ook voor de functie van  staatshoofd. Dat die functie in het jaar 2021 openstaat voor slechts één familie is een erfenis uit het verleden die niet langer in deze  huidige tijd past’.

Hij vervolgt: ‘ De kosten van de monarchie zijn hoog. Onderzoek wees uit dat het  om honderden miljoenen per jaar gaat. Er zijn in Nederland veel  mensen die nauwelijks rond kunnen komen van hun inkomen.  Wanneer Nederland de monarchie afschaft komen honderden  miljoenen beschikbaar om voor betere doeleinden te gebruiken’ .

‘Nederland was ooit een Republiek. Na Venetië en Zwitserland de  derde republiek in Europa. Monarchisten verdedigen de huidige  staatsvorm vaak op historische gronden. Wie naar de historie van  Nederland kijkt komt echter automatisch bij de Republiek uit en niet  bij een monarchie’.

De PvdR zet zich in om een federaal Europa tot stand te brengen,  waaraan Nederland als Republiek deel moet nemen. Ook dat spreekt Gerard zeer aan. ‘Ons land is onderdeel van Europa en moet dat blijven. Ten eerste omdat onze welvaart en vrede in de  wereld alleen kan worden verkregen en gehandhaafd door  verdergaande samenwerking van de landen in de Europese Unie. Ten tweede omdat het voor de Nederlandse bevolking belangrijk is om  op een ongehinderde manier door Europa te kunnen reizen en  verblijven’. Voor De  Republikein, tijdschrift voor politiek, cultuur, recht & burgerschap schreef hij dit pleidooi voor de omvorming van de Europese Unie in een federatie. 

Gerard heeft goede hoop op electoraal succes voor de PvdR bij de aanstaande Kamerverkiezingen. ‘ Ook al met één zetel in de Tweede Kamer zou een droom in vervulling gaan. Ik acht de kans daarop reëel. Er zijn veel zwevende kiezers. Er zijn veel nieuwe partijen, maar die zijn veelal rond personen. De PvdR heeft een duidelijke boodschap zonder dat dit is verbonden met één persoon. Ik ken in mijn omgeving geen mensen die de monarchie aanhangen, maar misschien zegt dat iets over de mensen in mijn omgeving. Het zou mij niet verbazen dat een belangrijk deel van de kiezers denkt: ach, laat ik de PvdR een kans geven’.

René Zwaap: ‘De monarchie is het symbool van de stilstand’

René Zwaap

Als presentator van ‘s lands eerste kritische royaltyrubriek De Appeltjes van Oranje op de Amsterdamse lokale zender Mokum TV haalde journalist René Zwaap zich medio jaren ’90 de innige haat op de hals van prins Bernhard. Dat kwam omdat René als eerste de verloren gewaande foto toonde van het huwelijksfeest van Juliana en Bernhard in 1937, waarbij de bruiloftsgasten tijdens een concert ter ere van het bruidspaar in de Haagse Schouwburg op de tonen van het Horst Wessellied de Hitlergroet brachten.  Bernhard was buiten zichzelf van woede en eiste bij René’s toenmalige hoofdredacteur bij De Groene Amsterdammer zijn onmiddellijke ontslag. Het inspireerde René tot nog veel meer onderzoekswerk naar de schaduwzijde van het Nederlandse koningshuis.  Bijna wekelijks hing de prins bij zijn hoofdredacteur Martin van Amerongen aan de lijn met het dringende verzoek ‘die verschrikkelijke Zwaap‘  zijn congé te geven. Daar zag Van Amerongen gelukkig van af en in 2000 werd René op het gala van de Nederlandse Tijdschriftenbond onderscheiden als redacteur-columnist van het jaar. Het was in die tijd dat bij René het idee opkwam dat Nederland wellicht beter af zou zijn zonder monarchie. Mettertijd ontwikkelde hij zich tot een overtuigd aanhanger van de republiek.

Tegenwoordig is hij hoofdredacteur van De Republikein, tijdschrift voor politiek, cultuur, recht & burgerschap en voorzitter van de Partij voor de Republiek, waarvan hij een der oprichters is.

Een jarenlang verblijf als correspondent in Zwitserland sterkte René in de overtuiging dat een goed georganiseerde republiek als de Zwitserse, waarin het volk soeverein is en burgers volwassen genoeg zijn om verantwoordelijkheid te dragen voor het publieke belang, ook in Nederland mogelijk moet zijn. René: ‘Een republiek op zich is geen enkele garantie dat het goed gaat met een land. Maar een geavanceerde republiek als de Zwitserse is een monument van beschaving. Een land dat strikt wordt geregeerd door middel van referenda en zich toch steeds meer afkeert van het populisme dat elders in Europa steeds meer aan macht wint, is het bewijs dat het toch nog in orde kan komen met de mensheid‘ .

Ervan overtuigd dat het heroplevende ultra-nationalisme een grote bedreiging vormt, begon René zich te engageren voor het idee van een Europese republiek, zoals dat onder meer wordt bepleit door de Duitse filosofe Ulrike Guérot, schrijfster van het boek Waarom Europa een republiek moet worden. René: ‘Guérot presenteert haar idee nadrukkelijk als een utopie, die pas na het jaar 2045 werkelijkheid zou kunnen worden.  Een Europese republiek waar natiestaten langzaam verdwijnen ten gunste van een Europese republiek van aan elkaar gelijkwaardige burgers,  lijkt mij de ideale opvolger van de Europese Unie.  Geen eenheidsworst gedicteerd door Brusselse bureaucraten zonder werkelijk democratisch mandaat, maar een bont en divers Europa,  bij elkaar gehouden door een Zwitsers kantonmodel op Europese schaal, gericht op het welzijn van alle burgers. Dat is een Europa dat ik mijn kinderen en mijn kleinzoon graag toewens en waar ik me  graag voor wil inzetten. Nederland heeft al het talent en kunnen in huis om het voortouw te nemen in dat proces. Maar dan moet het eerst wel het goede voorbeeld geven en die monarchie afzweren, die even misplaatst is als een koekoeksklok in een ruimtelaboratorium. Zolang we hier achter die Gouden Koets blijven aanhollen, staan we in heel de wereld voor schut en hebben we nergens iets te vertellen‘ .

 

Serge van Duijnhoven: ‘ Iedere monarchie betreft een atavistische anomalie’

Serge van Duijhoven

Serge van Duijnhoven heeft ervaring in de Europese, Belgische alsmede de lokale Nederlandse politiek. In 2018 was hij mede-oprichter van de Bossche vrijbuiterspartij Buitengewoon Ongewoon (Lijst 14). Serge is dichter, historicus en frontman van de band Dichters Dansen Niet. In de jaren negentig was hij oorlogsverslaggever op de Balkan, en schreef hij vanuit het desintegrerende Joegoslavië artikelen voor De Groene Amsterdammer en NRC-Handelsblad. Als mede-oprichter van het avantgardistische tijdboek MillenniuM legde hij samen met zijn kompaan Joris Abeling de Nederlandse en Belgische monarchieën duchtig het vuur na aan de schenen.

Van 1996 tot 2017 woonde en werkte Serge als parlementair verslaggever in Brussel. In die hoedanigheid werkte hij actief mee aan het veeltalige kosmopolitische project De Europese Grondwet in Verzen.

Over zijn visie op de Oranjemonarchie zegt Serge: ‘ Iedere monarchie, ook de Nederlandse post-stadhouder variant, betreft een atavistische anomalie, zowel in de ruimte als de tijd. Nederland is van huis uit een Republiek die per abuis, na keizer Napoleon, tot Koninkrijk gedegradeerd werd. Een dergelijk middeleeuws en feodaal Kroonmodel, geeft geen pas in een hedendaags democratisch land dat lid is van de Europese Unie.  De EU van de toekomst, zal sowieso niet langer als een Unie van Natiestaten kunnen blijven bestaan. Het Europa van de 21ste en 22ste eeuw, zal er noodgedwongen een dienen te worden van de regio’s. De arbitraire grenzen van veelal in de negentiende eeuw ontstane natiestaten, zullen in de toekomst onmogelijk stand kunnen houden in tijden van voortschrijdende democratisering, globalisering en helaas waarschijnlijk ook verpaupering’ .

Aangaande de ontbinding van de monarchie heeft Serge vastomlijnde opvattingen.’ Het door de Oranjes over de ruggen der Nederlandse burgers bijeen gegraaide kapitaal, dient voor tachtig procent terug te vloeien naar de schatkist. En ten goede te komen aan onderwijs, infrastructuur, ecologie maar vooral: aan een soepel functionerend democratisch bestel waarin er plek is voor burgerraden die volgens loting bij de wetgeving en uitvoering van het beleid, zoals bepleit door David van Reybrouck, gestalte kunnen krijgen. De paleizen en huizen van Oranje, dienen beschikbaar te worden gesteld aan het volk. Niet alleen om dienst te doen als musea. Maar ook als asielzoekerscentra, opvangtehuizen voor daklozen alsmede voor belaagde vrouwen op de vlucht voor geweld’ .

De Partij voor de Republiek brengt de poëzie in de politiek. Serge vierde dat met het volgende gedicht:

 

 

OP DEZE VALREEP

 

Geen politiek gekonkelfoes

en ook geen wassen neuzen

meer op deze valreep van het

nieuwe en het oude leven

dat morgen frisgeboren

als een varkentje gewassen

wordt en kortgeschoren was

geen heirscharen der wrake meer

en geen haatkoren van Trumpians of

Hooligans, geen ‘regels van destijds’

geen hypocriete Koningspraat

noch praatjes voor de monarchale vaak

geen vuige reisjes meer naar

vluchtelingenstranden

geen dienstbodes meer

die als slaven moeten zwoegen

in woestijnen, zweten in

garages. Geen plastic

eilanden in overhitte oceanen

geen Brexit-vis die slechts een beetje

vers zou zijn, geen valse kronkels

geen vernederingen meer

geen leugentjes om bestwil, geen

Covid meer en geen geweld

geen zorgen om het niet bestaande geld

het onbezoldigde bestaan

geen wrok meer en geen honger

geen kwaaie tong en geen gebrek

koester de liefde. Ga licht door

het leven, laat alles zijn plek

gun Holland weer haar Republiek

en ieder zijn thuis

iedere route kent wel duizend wegen

en alle leiden terug naar huis

 

Serge van Duijnhoven

29.XII.20

 

 

Jeff de Kleijn: ‘De monarchie is een anachronisme’

Jef de Kleijn

Als Sinoloog en amateur-mediëvist bestudeerde Jeff de Kleijn de vergelijkende cultuurhistorie van de Europese en Chinese beschavingen. Als ondernemer in de hoge technologie is hij uit de eerste hand getuige van de geboorte van een nieuw technologisch tijdperk.

Jeff: ‘De industriële revolutie bracht consolidatie en centralisatie naar de feodale hiërachieën. Dynamische keizerrijken bestaande uit verspreide leengoederen werden natiestaten met een machtige centrale overheid. De mechanica van industriële processen werd weerspiegeld in de structuur van de maatschappij. Zoals bij de overgang van het feodale agrarische tijdperk naar het industriële tijdperk, bevinden we ons ook nu weer in een paradigmaverschuiving. Op hoog tempo snellen we het post-industriële informatietijdperk binnen. In het verleden veroorzaakte hardnekkige volharding van verouderde structuren bij grote maatschappelijke veranderingen voor enorm menselijk leed. Denk maar aan de grote oorlog van 1914-18, waar feodale en aristrocratische belangen met gebruik van industriële technologie tot ondenkbaar verlies van levens leidden’ .

Hij vervolgt: ‘ Om in onze huidige revolutionaire tijd het geluk en welvaart van ieder inwoner blijvend tot bloei te kunnen laten komen, moeten we moedig onze sociale en politieke organisatie hervormen. Het is hierbij van belang dat we onze samenleving maken tot een dynamisch en organisch geheel van gelijkwaardige autonome actoren, waar diversiteit en authenticiteit een kenmerk zijn van vrijheid, waar ieder eensgezind samen bestaat in een harmonisch modus vivendi. Wanneer in een gezelschap, in welke vorm dan ook, er mensen zijn die om reden van geboorte, niet om reden van bijdrage of bekwaamheid, onder zeer voordelige omstandigheden een speciale behandeling krijgen, dan is dit steeds funest voor de harmonie en stabiliteit. Een maatschappij van gelijkwaardigen die in onderling respect en samenhorigheid leven, kan zich dergelijke uitzonderingen nooit veroorloven. De monarchie is een anachronisme. Het vertegenwoordigt een systeem dat conflicteert met de bewegingsrichting van het algehele bewustzijn en de ontwikkeling van het maatschappelijk leven. Het staat symbool voor nepotisme, corruptie en onrechtvaardig exceptionalisme. En dat is niet alleen verkeerd, het is historisch beschouwd extreem gevaarlijk. De huidige monarchie werd geïnstalleerd door reactionaire aristocraten pas na de napoleontische oorlogen. Sinds Waterloo zijn alle Nederlanders formeel onderdanen, en alle Nederlandse politici in zekere zin praktisch knechten van één familie. Om Nederland en Europa met succes een nieuw tijdperk in te laten gaan is een systeem-verandering essentieel in de res publica. Een nieuw sociaal contract is noodzakelijk waarin een werkelijke gelijkheid van rechten en een vergroot concept van burgerschap. Hiervoor moet de angel uit het oude systeem. En deze angel is zonder twijfel de monarchie. Het is hier waar ik mij voor wil inzetten’ .

 

Thom Straatsma: ‘ Het koningschap belichaamt de sociale ongelijkheid’

Thom Straatsma

Thom Straatsma staat bekend als Amsterdams dichter en is co-eigenaar van theater-restaurant Mascini op de Amsterdamse Zeedijk. Voorheen was hij assistent van ex-minister van Defensie Henk Vredeling en de Amsterdamse wethouder Annemarie Grewel bij de Emancipatieraad. Daarnaast  was hij  redacteur van het tijdschrift Politiek.

Thom studeerde geschiedenis in Leiden toen daar ook de latere koning Willem-Alexander en premier Mark Rutte  studeerden. Hij was principieel weigeraar van de militaire dienst en tijdens zijn vervangende dienstplicht kwam hij terecht als medewerker bij de Emancipatieraad, op het bureau van Henk Vredeling, de voormalige minister van Defensie van de PvdA in het kabinet-Den Uyl, en bij PvdA-wethouder Annemarie Grewel in Amsterdam. Het was het startsein voor een levenslange passie voor het politieke bedrijf.

Jarenlang was Thom galeryhouder in de hoofdstad, gespecialiseerd in Russische moderne kunst. Ook werd hij bekend als ‘Dichter van de Zeedijk‘, een eretitel die hij kreeg van schrijver Kees van Beijnum.

Zijn motief om toe te treden tot de Partij voor de Republiek komt voort uit  zijn overtuiging dat de Nederlandse samenleving  dringend toe is aan een radicaal democratisch moderniseringsproces op zowel bestuurlijk, sociaal als economisch niveau. Thom:  ‘De Nederlandse politiiek is hopeloos in zichzelf  vastgelopen en  heeft de deur wijdopen gezet voor een gevaarlijke populistische onderstroom die drijft op de teleurstelling van de massa, maar daartoe geen enkel alternatief biedt anders dan politieke exploitatie van xenofobische  sentimenten en complottheorieën en isolationalistische  kortzichtigheid op Europees niveau. Het is de hoogste tijd dat de idealen van de Franse revolutie –  vrijheid, gelijkheid en broederschap –   met trots worden uitgedragen in dit land. Afscheid van het koningschap, dat een fopspeen is gebleken, hoort bij dat proces. Eens te meer daar het koningschap de ongelijkheid belichaamt die dit land geheel volgens de leer van Piketty steeds meer verdeelt in haves en have-nots, de overconcentratie van kapitaal en de onderbetaling van arbeid‘ .

Als cultureel ondernemer bij theater-café Mascini kreeg Thom direct te maken met de economische ramp die zich in het kielzog van de Covid 19-pandemie aan het voltrekken is. Hij organiseerde een corporatie om dit establissement aan de Zeedijk op te starten, maar direct daarop brak de pandemie uit en volgde een lange periode van gedwongen sluiting, waarvoor de jonge onderneming geen enkele vorm van financiële compensatie van de overheid ontving. ‘Met een waakzamere, meer pro-actieve overheid en meer Europese samenwerking had deze pandemie in betere banen kunnen worden geleid. Eens te meer reden om meer aandacht te vragen voor het idee van een Europese republiek, die het welzijn van haar burgers centraal stelt in plaats van het belang van de banken. En de Partij voor de Republiek is de enige partij in Nederland die dat bepleit‘ .

 

Paul Damen: ‘ Om beschaafd te zijn moeten we weer een republiek worden’

Paul Damen

Paul Damen is sociaalhistoricus en journalist, schreef voor allerlei(week)bladen, was o.a. hoofdredacteur van het Nieuw Israëlitisch Weekblad (NIW), schreef het standaardwerk over dictators en hun poëzie, ‘Bloemen van het kwaad’ en is nu redacteur van De Republikein, tijdschrift voor politiek, cultuur, recht & burgerschap.

Paul over zijn motivatie toe te treden tot de PvdR: ‘ Toen De Zwijger definitief zweeg, bracht hij, zegt men, nog nét uit: “Mijn God, heb medelijden met mijn arme volk…” Daar héb je het al: het is niet jouw God, Willem, en al evenmin jouw volk. Ik ben geen eigendom van een halfduitse importfamilie, eeuwenlang aangevuld met andere buitenlandse bastaarden. Begrijp me goed: ik heb niks tegen Wim-Alex of zijn eega. Hij werkt ongetwijfeld hard en het lijkt me een gezellige corpsbal waar je goed een biertje mee kan drinken. Wim moet alleen geen koning wezen. Waarschijnlijk vindt hij dat zelf ook.

‘Want het is een absurd systeem steeds weer zo’n overerfbare Oranjeblaag, zoals straks die arme Amalia, op een bordes te hijsen waar je niks zeggen mag. En als je het wél doet, de premier steeds weer op het scheitschavot moet klimmen met excuses.

‘ Want wát, op kunst en krijgskunst na, hebben de Oranjes ons opgeleverd behalve eeuwenlang potverteren, machtsmisbruik, meningenbeknotting, arrogantie, en wegvluchten als er gevochten moet? Wat hebben ze ons gebracht behalve damesbladenpagina’s, luxe motorjachten en huisjesmelkerij? Al sinds Oldenbarneveldt en de gebroeders de Witt kan toch geen weldenkend mens dit nog willen? Maar het duurt al eeuwen te lang. Het moet maar es afgelopen zijn. Nederland was ooit de eerste trotse republiek van de beschaafde wereld. Om weer beschaafd te zijn moeten we dat weer worden’.

 

Lijstduwers-duo Arthur van Amerongen en Rob Muntz: Vier vuisten voor de republiek

Arthur van Amerongen (l) en Rob Muntz.

In de figuren van Arthur van Amerongen en Rob Muntz vond de Partij voor de Republiek een goed op elkaar ingespeeld duo dat zich bereid toonde de lijst van de partij te duwen bij de komende verkiezingen. Reuring gegarandeerd wanneer deze twee anarchistische ontregelaars de krachten bundelen. Zo wonnen ze in 2004 gezamenlijk de Nipkow Zilveren Reissmicrofoon  voor de 24-delige radio serie De Inburger King.

Arthur  woont in de Portugese Algarve en schrijft daar wekelijks zijn geruchtmakende columns voor de Volkskrant en HP/De Tijd.  Hij combineert een magistrale pen aan een voorliefde voor de provocatie, maar voor de goede verstaander schuilt er achter zijn sardonische spotzucht een diep menselijke melancholie naar heelheid. Hij was correspondent in het Midden-Oosten en werkte voor onder andere voor Vrij Nederland, Het Parool, De Groene Amsterdammer en de VPRO. Hij won de Nipkowschijf en de Prijs voor de Dagbladjournalistiek. Bij Ezo Wolf verschenen van zijn hand Op reis door de Algarve met Arthur van Amerongen  en Dwarsdenker des Vaderlands. In laatstgenoemd boek staan zijn beste polemieken aangevuld met columns die hij onder het pseudoniem G.H.B. Hiltermann voor HP/De Tijd heeft geschreven. Eerder verschenen het voor de AKO Literatuur Prijs genomineerde Brussel: Eurabia, Mambo Jambo, Mijn moeder is gek en Costa del Coke , dat hij samen met Ivo Teulings schreef. Met Rob Hoogland maakte hij Het Grote Foute Jongens Boek I en II.

In zijn veelgelezen column in de Volkskrant brak Arthur al een lans voor het streven van de Partij van de Republiek om te komen tot een Republikeins Akkoord, waarbij de koning vrijwillig afstand doet van de troon, net als de rest van zijn familie. Het koningschap komt vervolgens grondwettelijk in handen van de Raad van State, die de Staten-Generaal dan adviseert de Republiek uit te roepen. De miljarden verkregen uit de sanering van het koningschap worden transparant verdeeld en geïnvesteerd in onderwijs, schuldhulpverlening voor slachtoffers van het coronavirus én herstelbetalingen voor de slavernij en koloniale uitbuiting, waarin het Huis van OranjeNassau vijf eeuwen een voortrekkersrol vervulde. Het klonk de columnist als muziek in de oren. ‘De timing is perfect. De populariteit van het koningshuis is op een historische dieptepunt aangeland door de strapatsen van Willie en Maxi, de hebzucht van huisjesmelker Prins Bril en het eeuwige financiële gekonkelfoes van een van de rijkste families ter wereld. Leve de republiek!’

 

Programmamaker en ondernemer Rob Muntz kwam veelvuldig in de media toen hij in 2000 als reactie op de daverende verkiezingsoverwinning van de extreemrechtse Jörg Haider in Oostenrijk voor het VPRO-programma Waskracht in Wenen een Hitler-persiflage deed. Zijn veelbelovende tv-carrière werd in de knop gebroken. Spijtig, want wat Muntz met zijn act aan de kaak stelde – de opkomst van een nieuw fascisme in Europa – was aanzienlijk smakelozer dan zijn performance. Voordat hij bij de VPRO de deur werd uitgezet maakte Muntz nog de satirische  De Grote Interprovinciale Oranje Quiz, die door de omroepbazen zo schokkend werd bevonden dat die jaren in een kluis verdween.

Rob Muntz over zijn stap naar de PvdR: ‘Ik ben republikein sinds het moment dat ik in een oranje apenpakje verplicht het Wilhelmus moest zingen op Koninginnedag Het klassieke republikeinse geluid, dat in onze politiek is verdwenen sinds de moord op de gebroeders De Witt, gaan we weer terugbrengen in de Tweede Kamer. Vrijheid in handelen en verantwoordelijk zijn voor elkaar. Het is nu of nooit. Het Huis van Oranje is een onmenselijke uitvinding, voor zowel de leden van het Koningshuis zelf, alswel voor ons: de “onderdanen”. Dit moet en kan menselijker. De oplossing: Het koningshuis opheffen. Uit de grondwet laten verdwijnen. We zijn er aan toe, meer dan ooit!’

 

Het initiatiefcomité van de Partij voor de Republiek

 

Lodewijk Brunt ((1942-2020) was emeritus hoogleraar Stedelijke vraagstukken aan de Universiteit van Amsterdam. Behalve over zijn vakgebied publiceerde hij ook veel over India, dat hij door zijn kennis van het Hindi/Urdu goed leerde kennen. Hij leverde regelmatig bijdragen aan tijdschrift De Republikein en schreef mee aan Genoeg = Genoeg – het Eerste Manifest van de Partij voor de Republiek.

Teun Gautier is uitgever en stadsmaker. In 2016 richtte hij De Coöperatie op, een coöperatieve uitgeverij van, voor en door freelancers. Daarnaast is hij oprichter van het online klokkenluidersplatform Publeaks. Voorheen was hij directeur van weekblad De Groene Amsterdammer en voorzitter van de Raad van Toezicht van Pakhuis de Zwijger.

Jurist en literator Manuel Kneepkens was de oprichter van de Rotterdamse Stadspartij, die hij twaalf jaar lang als gemeenteraadslid vertegenwoordigde. Allergisch voor alles dat riekt naar populisme zet hij zich in voor ‘poëtisering van de politiek.’ Hij doceerde criminologie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam en was voorzitter van de Coornhertliga, de vereniging tot strafrechthervorming.

René Zwaap is hoofdredacteur van tijdschrift De Republikein (www.derepublikein.nl) en heeft een lange staat van dienst als criticus van het monarchale stelsel in Nederland, dat hij omschreef als ´koekoeksklok in een ruimtelaboratorium´. Hij gaf leiding aan het spraakmakende onderzoek naar de kosten van het koningshuis van het Republikeins Genootschap.

Comité van Aanbeveling

Wijnand Mijnhardt is emeritus hoogleraar moderne geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht en lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.  Toen hij afscheid nam van de universiteit, wijdde hij zijn afscheidscollege, Een Republikeinse Erfenis, aan een pleidooi om de idealen van de Bataafse republiek in ere te herstellen in het hedendaagse politieke bedrijf. Lees die tekst hier.

Schrijfster en dichteres Els de Groen publiceerde een tiental boeken over Oost-Europa. Vanwege de aldus opgedane kennis belandde ze in 2004 als Europarlementariër in de fractie van De Groenen, aanvankelijk als lid van Europa Transparant. Haar kernactiviteiten, gedurende de 5 jaar van haar mandaat, richtten zich op de bestrijding van fraude met EU-fondsen, meestal bestemd voor de 12 miljoen Roma en Sinti, in het transparant maken van de bestedingen, het helpen publiceren van nog gesloten geheime archieven uit de communistische periode en het doorlichten van kandidaten uit toekomstige lidstaten voor belangrijke posten in Brussel. Dat werk, én haar inzet voor de rechten van minderheden, maakte haar niet geliefd in rechts-populistische en postcommunistische kringen. Over haar ervaringen in Brussel en Straatsburg schreef ze het boek Voor het volk, dat in het Duits en het Engels werd vertaald.

Historicus Gerard Aalders geniet grote bekendheid met zijn kritische werken over het (dis)functioneren van het Huis van Oranje-Nassau. Zijn biografische studies van Wilhelmina en Bernhard vormen belangrijk tegenwicht voor de hagiografische geschriften waar zijn collega-historici mee voor de dag plegen te komen. Zijn recent verschenen Oranje Zwartboek werd een onverbiddelijke bestseller. Als medewerker van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) kwam hij op grond van zijn research regelmatig in conflict met zijn superieuren, In 1996 onthulde Aalders in zijn samen met Coen Hilbrink geschreven boek De Zaak Sanders het lidmaatschapsnummer van Prins Bernhard bij de NSDAP. Het leidde tot een diepe crisis bij zijn instituut, met grote druk vanuit de politiek en een woedende Bernhard, die alles bleef ontkennen. Aalders werd in 2019 verkozen tot Republikein van het Jaar en verzorgt een vaste column in De Republikein, tijdschrift voor politiek, cultuur, recht & burgerschap. 

Anton van Hooff  was tot 2008 hoofddocent klassieke geschiedenis aan de Universiteit Nijmegen. Sinds zijn pensionering doceert hij nog regelmatig klassieke talen aan het Stedelijk Gymnasium Nijmegen. Hij schrijft voor diverse kranten en tijdschriften. Van 2009 tot 2015 was hij voorzitter van de vrijdenkersvereniging De Vrije Gedachte. Hij heeft tal van boeken op zijn naam, onder meer over  Nero en Seneca, Athene en Marcus Aurelius. Als prominent republikein gaf hij in 2014 de eerste Hans van den Bergh-lezing bij het Nieuw Republikeins Genootschap. In zijn recent verschenen boek Het Plakkaat van Verlatinge betoogt hij waarom de Acte van Verlatinge uit 1581 gezien kan worden als de geboorteakte van Nederland en als bindend symbool van de waardengemeenschap van de onafhankelijke Nederlandse natie. Hij schreef tal van bijdragen aan De Republikein, tijdschrift voor politiek, cultuur, recht & burgerschap, waaronder dit artikel, Wat is een republiek.

 

Wetenschappelijk advies

Ries Roowaan is historicus met als specialisme Europese geschiedenis. Hij publiceerde o.m. Im Schatten der Großen Politik. Deutsch-niederländische Beziehungen zur Zeit der Weimarer Republik 1918-1933 (2006) en gaf leiding aan de geschiedenisafdeling van ABN AMRO. Hij leverde talloze bijdragen aan essaybundels, is een vaste medewerker van tijdschrift De Republikein en mag zich ook graag begeven op het terrein van de fictie.

 

 

Het bestuur

Voorzitter: René Zwaap

Secretaris: Monique Verstallen

Penningmeester: Thom Straatsma

Meer informatie: www.republiek.eu

Contact info@republiek.eu

Tel. 0626507561 (voorzitter)